De geweerdragers

Geweerdragers

Achter de officieren marcheren de geweerdragers of soldaten. In rotten van vier (oude exercitie), het geweer op de rechter schouder, vastgehouden door een gebogen arm met de hand aan de riem. In rotten van drie (nieuwe exercietie) met het geweer over de schouder, gestrekte arm, hand onder de kolf. In wezen loopt hier het kernkorps van de schutterij. Dit zijn de mannen die als broeders met elkaar vorm en inhoud geven aan het schuttersgebeuren. Want ongeacht rang of stand, schutters zijn gelijk.
Volgens het `Normenboekje' dat wil zeggende wedstrijdreglementen dat door de Stichting Steun Aan het Schutters- en Gildenwezen in de beide Limburgen (SAS) wordt uitgegeven, moet een vereniging 16 gewapende leden tellen om officieel als schutterij te gelden. Gewapend is in feite elk lid dat achter het vaandel loopt, inclusief de tamboer-majoor, vaandrig en commandant.Door de populariteit van de drumbands en officierschap, dreigt de samenstelling van de verenigingen wel eens scheef te groeien, te weinig geweerdragers. Vandaar dat de jury in de optocht niet alleen punten geeft voor de algemene indruk, waaronder de wijze van marcheren, correctheid van uniformen, netheid en onderhoud, maar ook voor het mooiste geheel.

Op dit moment zijn de volgend leden als geweerdrager actief:

Pascal Aretz, Piet Blokpoel, Maurice Hamacher, Martin Kelleners, Hub Krämer, Nico Krämer, Ron Mohren, Wil Mohren, Peter Neumann, Patrick Philippen, Robert Selder, Huub Zelissen.

(C) Wil Mohren 2018