Schuttersfeest 1926

Een schuttersfeest in de zomer van 1926, door H. Schrijen

Het is zondag middag. In alle vroegte, vanmorgen om zes uur, heeft de tambour van st. Lambertus, Sander schurgers, alle Broeksittardernaren wakker 'getromd'. Vandaag is er een groot schuttersfeest in het dorp. Een dertigtal schutterijen wordt in de namiddag verwacht. Dagen lang hebben veel schutters de laatste voorbereidingen getroffen in de wei van Dolf Dreissen, achter het huis van fam. Winthagen, langs de veldweg, die begint bij het einde van de Kruisstraat rechtsaf en een paar honderd meter verder uitloopt in het Broek bij de rails van het 'zugske'. Veel werk is er verzet, want het feest moet slagen.

Vanaf half twee komen de schutterijen in mars de feestwei binnen. Het zijn er inderdaad ongeveer dertig. Twee van deze herinner ik mij heel goed; die van Voerendaal en die van Vaals. Om half drie begint de optocht. Stram in het gelid zullen de schutterijen door het dorp trekken. Nog worden er enkele jongetjes gevraagd, die bereid zijn om een bordje, waarop de naam van de schutterij staat plus het nummer in de optocht, vóór een schutterij uit te lopen. Dat vindt ik wel leuk en dus meld ik mij als "vrijwilliger". Mijn schutterij blijkt te zijn: Voerendaal, nummer 14!

De optocht begint. Voerendaal neemt dus de veertiende plaats in. Men heeft enorm getraind voor de optocht en de exercitie. Met het bordje nummer 14 loop ik netjes voorop. De route is: langs het Broek, daarna linksaf door "de Bosj" ( In de Camp), vervolgens voorbij de kerk, daarna rechtsaf de Kerkstraat tot voorbij het huis van de fam. schings; meteen rechtsomkeer terug via de Kerkstraat naar de Dorpsstraat. Naast de oude pastorie is er een open ruimte, net voorbij het Brandweerhuisje, precies vóór de tuin van de fam. Gubbels. Daar staan de autoriteiten: Pastoor Verbeek, Burgemeester Kamps met de Gemeenteraad, Oud-Burgemeester Schrijen, de koninginnen en koningen van de diverse verenigingen en de jury. Want heer heeft het defilé plaats. Ook Voerendaal nadert die plaats. Bijna schrik ik van een luid commando achter mij. Zo fier mogelijk passeert "mijn" schutterij de autoriteiten. Later zou blijken: 1e prijs defilé Voerendaal. Omstreeks vier uur is de optocht voorbij. Nog sta ik in de wei bij de schutters van Voerendaal. Onverwachts zegt de commandant: "Jungske, doog dien patsj éns aaf; doe krigs get van ós....". Ik neem mijn college-uniformpet en.... ja hoor, ik kan er even later 1 gulden en 58 cent uit oppakken. Wat een massa geld, denk ik. Nou kan er wel een ijsje van drie cent en een nogablok van vijf cent vanaf; dan hou ik nog 1 gulden en 50 cent over! Ik kon mijn pret niet op.

Even later beginnen de exercitie-wedstrijden. weer behaalt Voerendaal de eerste prijs. Ook enige schutterijen uit de Zelfkant waren present, o.a. die van Tüddern en die van Wehr. De eerste vond ik niet zo mooi. Wel had Tüddern een "Trommel und Pfeiferkorps", maar de schutters droegen een bescheiden uniform. Maar Wehr...... dat was enig. een mooi grauw-grijs uniform, lange jas voor de officieren, een indrukwekkende pet, die meer op een helm leek; daar bovenop een heerlijke lichtgrijze pluim!!. Wehr verzorgde buiten mededinging een nummer exercitie; zonder meer magnifiek met de paradepas als in de beste gloriedagen van Kaiser Wilhelm.

Intussen zijn ook de schietwedstrijden begonnen. die vond ik niet zo boeiend. Bovendien Voerendaal faalde! Omstreeks negen uur was de definitieve uitslag: 1e prijs: schutterij St. Paulus, Vaals! Wel was mij opgevallen, dat de schutters er bijzonder gezond uitzagen. Ze waren welgevormd! Vaals heeft die avond nog flink gevierd. De Vaalser mannen verkeerden in blakende welstand.

En St. Lambertus? Wel, aan wedstrijden nam de organiserende vereniging niet deel. Wel was ik erg geboeid door de twee vlaggen, welke men toen meedroeg in de optocht. Commandant was toen W. Wilms. Zijn broer Sef was 1e luitenant en Frits was de vaandrig. Ook de twee zeer trouwe schutters, vader van Math Wilms en Lambert (Bertje) ehlen, waren present. Nicola (Klake) ehlen was toen, meen ik, "Sjöttemeister". Tambour-maître (veurluiper) was Hendrik Klöskens. Kapiteit, hier twijfel ik even, was toen Jacop wilms. Zoals gezegd, sander Schurgers was de tambour. Een paar jaar later was het een eigen jongen uit het dorp: Jacq Smeets. Nog wat later was het Trommelkorps uit Tüddern dikwijls present om vóór de schutterij uit te lopen. Omstreeks 1930 had de schutterij een eigen trommelkorps.

Daags na het grote feest stond er in de krant een mooie foto met - leuk toeval - uitgerekend Voerendaal in de optocht en ook was even zichtbaar de schrijver van deze herinnering als bordje-drager. De hoofdonderwijzer van de voorbereidende klas op het Bisschoppelijk College, Dhr. Kentgens, heeft mij dan ook gevraagd: "En Harrie, was het mooi gisteren?"...."Ik heb een foto gezien...."

"Het was heel fijn, mijnheer Kentgens".......... was mijn antwoord

een meer vage herinnering heb ik nog aan een schuttersfeest in de wei van P. Heynen; deze wei lag toen links van de speeltuin, die er toen nog niet was. Op de hoek dus, waar nu de Jan Steenstraat begint. Nog duidelijk staat mij wel voor de geest, dat toen "Zefke van Doundere" alléén door de wei trok als tambour-maître...... maar zonder tambour of schutterij achter zich. Bij dit feest was ik blijkbaar persoonlijk niet bij betrokken; vandaar slechts een vage herinnering.

H. Schrijen