Geschiedenis van onze Schutterij

Enige gedenkwaardigheden uit de historie van de Schutterij Sint Lambertus te Broeksittard

 

Gedenkwaardigheden uit de historie van schutterij Sint Lambertus (H.Maassen en P.Palmen)

(uit het boek "Broeksittard", met dank aan Frank Maassen)

De broederschap van Sint Lambertus bezit een zeer oude en roemrijke historie. Wanneer we mogen afgaan op de jaartallen op de aanwezige zilveren koningsplaten, dan zou deze schutterij reeds in 1087 hebben bestaan. Fotocollectie H.Maassen

De koningsplaat met het jaartal 1087 wordt door historici· gedateerd rond 1800. Hij heeft het opschrift “H. HEYNEN CAPITEIN-KÖNIG”. Zoals we hierna zullen zien was in het begin van de negentiende eeuw burgemeester H. Heijnen kapitein van de schutterij. Het jaartal zou later in de plaat zijn gegraveerd. Op de plaat staat echter ook een fles met een kraantje gegraveerd. Dit is te beschouwen als een aanduiding van het beroep van de toenmalige koning. H. Heynen zou derhalve herbergier of wijntapper zijn geweest. Wij willen hem identificeren als Hendrik Sebastiaan Heijnen, geboren 5 maart 1861 als zoon van Jan Mathijs Heijnen en Maria Elisabeth Kamps en overleden op 17 mei 1902 te Broeksittard. In 1887, het jaar waaruit de koningsplaat waarschijnlijk werkelijk dateert, staat hij in de bevolkingsboeken vermeld als herbergier.

Volgens de overlevering zijn bij een brand vele bezittingen en papieren van Sint Lambertus verloren gegaan. Daardoor staat er maar weinig van de geschiedenis op schrift.

Hoe het ook zij, de plaat met het jaartal 1087 heeft de schutterij meermalen bij schuttersfeesten een prijs voor de oudste plaat of de oudste deelnemende vereniging opgeleverd, namelijk in 1922 en 1924 in Sittard en in 1924 in Born, Beek en Lutterade.

Na 1087 dateert de in ouderdom eerstvolgende koningsplaat uit 1748. Deze draagt de tekst:  “GERARD WILMS  eerste konink in de broderschap van Sint Lambertus tot Broeksittard”. De zilveren koningsvogel stamt eveneens uit het jaar1748. Op grond van dit gegeven en de vermelding “eerste konink” op de koningsplaat zou men geneigd zijn te concluderen, dat dit het oprichtingjaar van de schutterij is geweest. Maar er zijn een aantal historische feitelijkheden die argumenten aandragen om de schutterij een hogere ouderdom aan te meten. We houden 1748 dan voor een heroprichtingjaar.

Op de eerste plaats is er het gegeven van de “Sjlaag in de Kemperkoel”. We kunnen ons maar moeilijk voorstellen, dat de Broeksittardenaren  lijdelijk hebben toegezien hoe op Paaszaterdag 24 maart 1543 hun dorp door vijandelijke troepen werd platgebrand. Bij de op Broeksittards gebied uitgevochten, bloedige strijd vielen zeker drieduizend doden te betreuren.  Daags na de slag, op Paaszondag, werden de inwoners gedwongen de lijken op hun akkers te begraven.

In 1609 werden de dorpen die behoorden tot het gerecht Sittard, verzocht enige schutten binnen de stadsmuren van Sittard te leggen. In die tijd rekende men Broeksittard, Wehr, Susterseel, Hillensberg, Tüddern en Munstergeleen tot het gerecht Sittard. Met “schutten” zijn ons inziens geen gewone burgers bedoeld. Afgaande op de ouderdom van de schutterijen in de genoemde plaatsen, werden hier wel degelijk afvaardigingen van schutterijen gevraagd, die een bewakingsopdracht  binnen de Sittardse wallen kregen toebedeeld.

Dat de Broeksittardenaren niet voor een kleintje vervaard waren, getuigt een feit uit de Dertigjarige Oorlog (1618-1648).  In 1630 was een groep soldaten met vrouwen en kinderen in Broeksittard ingekwartierd. Zij maakten het de bevolking zodanig lastig dat deze hen op 25 mei uit het dorp verdreef. Het is bijna uitgesloten dat de bevolking dat alleen maar met messen, harken, rieken, dorsvlegels en knuppels heeft klaargespeeld. Zouden hier niet de wapens van schutters een handje hebben geholpen? Niet voor niets heeft het altijd tot de taak van schutterijen behoord alles te beschermen wat kwetsbaar was, dus zeker eigen have en goed.

Voor een hoge ouderdom van de schutterij pleit ook het beeld van Sint Lambertus, de schutspatroon van het gilde, dat de parochiekerk tot voor kort bezat. Prof. Dr. J.J.M. Timmers uit Maastricht schatte aan de hand van de hoogte van de mijter dat het dateerde van vóór 1675. De heilige droeg op zijn linkerhand een kerkje; dit kon gezien worden als een maquette van de oude Broeksittardse  parochiekerk van vóór de verbouwing van 1647.

De heroprichting van de schutterij in 1748 zou ons inziens een uitvloeisel kunnen zijn van de omstandigheden in die tijd. Er heerste grote sociale onrust onder de bevolking, die onder meer tot uiting kwam in het optreden van de bokkerijdersbenden. Ook Broeksittard heeft met deze lieden te maken gehad. Het is begrijpelijk dat de inwoners onderling de bescherming zochten die de overheid klaarblijkelijk niet kon of wilde geven. Op deze wijze kan de heroprichting in 1748 uit particulier initiatief zijn geboren.

Vanaf dat jaar worden de tastbare bewijzen en bronnen met betrekking op de schutterij talrijker. In een korte caleidoscoop laten we enige markante feiten de revue passeren.

In 1750 werd de toenmalige pastoor Joannes Reinerus Kuypers bij het vogelschieten koning. Nog tot voor kort waren zowel de pastoor alsook de burgemeester betalend lid van de schutterij.

Tot 1821 vormen de aanwezige koningsplaten een vrijwel aaneengesloten geheel, met een onderbreking in de periode 1793-1803. Dit zal te maken hebben met het decreet van 7 mei 1795 waarbij de Franse bezetters het schutterij houden verboden.

Na de vergadering van de schutterij op 9 juni 1822 doet kapitein H. Heijnen aan de vrederechter schriftelijk verslag over een voorval tijdens deze vergadering:

”In de versaemelinge der Schutterij op negen juni achtienhondert twee en twintig ben ick in kwaliteit als kapitein van gemelde schutterij voor schlechten man uitgemaakt worden door Matis Rijken, dienstknegt bij Sebastiaan Heijnen, inwoner dese

gemeente, werbij hij op de tafel slog dat de glase omvielen, in preesentie van Hendrik Colaris en Godfrid Jötten, beide inwooners van hier.

Mattis Heijnen, ook hier woonende, deselfs soon Mathijs, woonende te Born, hebben den Silveren Vogel der schutterij niet willen uitgeeven. En dewijl de laas genoemde geen vermogen

hebben om hun den selven toe te betrowen en ook geen bekante stellen konnen, so woorde de heer Vreederigter versogt deese saek te willen ondersoeken, hun tot uitgeven des Vogels aenhoude te willen en die welken mij opentlijk gehoord hej volgens de bestande wetten te straffen”

 

Broeksittard op dag, maend en jaer als boven,

de kapeteijn vornomt

 

               [w.g.]     H: Heijnen”

 

 

Enkele persoonsgegevens bij de genoemde namen:

Sebastiaan Heijnen [1756-1830], de baas van Mattis Rijken, was gehuwd met Maria Elisabeth Jetten [1757-1817].

Hendrik Colaris was op 7 maart 1775 gedoopt als zoon van April Colaris en Maria Agnes Offeraars; hij huwde M. Colaris uit Broeksittard.

Godfried Jötten (Jetten) [1781-1859] was gehuwd met Maria Elisabeth Paulissen.

Mattis Heijnen [1765-1828] was gehuwd met Sophia Agnes Ehlen.

Zijn zoon Mathijs Heijnen was gedoopt 17 augustus 1792 Broeksittard. Hij huwde 28 februari 1821 te Broeksittard met Maria Cornelia Storms, geboren ca. 1798 en overleden 18 april 1822 te Born. Uit hun huwelijk is een kind geboren: Joannes Mathijs, geboren en overleden 11 oktober 1821

Kapitein, burgemeester H. Heijnen [1759-1830] was gehuwd met Johanna Gertrud Scheepers.

In 1865 wordt melding gemaakt dat de nieuwbenoemde pastoor  Lumens bij gelegenheid van zijn installatie “met muziek” is afgehaald in de Paardestraat te Sittard, een nieuwigheid in het Broeksittardse schutterswezen. Mogelijk worden hier met “muziek” de hoornblazers bedoeld, die rond deze tijd in navolging van het leger aan de schutterijen werden toegevoegd.

 

Fotocollectie F.Maassen

Schutterij St.Lambertus poseert in 1931 in vol ornaat met het in 1929 opgerichte trommel- en fluitenkorps. De namen van de trommelaars en fluitisten zijn niet bekend. Middelste rij v.l.n.r.: onbekend, harie Wilms, Wil Wilms, Zef Wilms, Heng Wilms,Hubertina Wilms (koningin), Theodoor Schrijen (koning), Herman Winthagen, Mathias Wilms, Bertje Ehlen, Frits Wilms (vaandeldrager), Jacob Wilms (tamboer maitre), Bovenste Rij v.l.n.r.: Dreis Wilms, Hein Wilms, Sjeng Schrooten,onbekend, Harie Wilms, onbekend, Theodoor Schrijen.

Tijdens het vogelschieten in 1870 deed zich een incident voor. Het weekblad “Mercurius” meldt het volgende erover: “Bij het op maandag 6 juni 1870 plaats hebbende vogelschieten ontstond er tussen een met een degen gewapende officier der schutterij en een jongeling van Sittard twist. Bij woorden bleef het niet. De Broeksittardse officier die het militaire bloed in de aderen begon te koken, trok om een einde te maken aan de ruzie zijn degen en wist die zo goed te hanteren dat deze in een der billen van de Sittardse twistzoeker terechtkwam. Deze en meer andere Sittardenaren die de schutterij gechicaneerd hadden waren nu blij een looppasje te nemen naar huis.” In dat jaar behaalde Jacob van den Bergh de koningseer. Hij wist toen niet, dat hij deze waardigheid gedurende 17 jaar zou bekleden.

Of het aangehaalde voorval aanleiding heeft gegeven tot tweedracht in de schutterij, blijft een onbeantwoorde vraag. Zeker is dat gedurende 17 jaar geen enkele activiteit werd ontplooid. Het koningszilver is zelfs ingeleverd op het Broeksittardse gemeentehuis, waar het tot maandag 18 september 1887 verbleef. Op die dag werd weer vogel geschoten; de schutterij was opnieuw tot leven gekomen. Maar er was wel het een en ander veranderd. Meest opvallend was dat de dag van het vogelschieten verplaatst was van de maandag van de bronkkermis (in juni) naar de maandag van de Sint Lambertuskermis (in september). Aan het Broek is een nieuwe houten vogelstang opgericht, die in 1918 vervangen zal worden door een ijzeren. Tot en met 1986 werd op deze plek jaarlijks om de koningseer gestreden.

Op maandag 10 oktober 1896 gaf de schutterij acte de présence bij het werkbezoek van de Gouverneur van de provincie Limburg aan de gemeente Broeksittard. In een desbetreffend persbericht lezen we, dat: “aan het Heiligenhuisje de dienstdoende schutterij stond opgesteld om zijne Excellentie te verwelkomen”.

Met een grote fakkeloptocht op 16 oktober 1906 werd herdacht dat burgemeester J. Schrijen 36 jaar tevoren tot burgemeester van Broeksittard was benoemd.

Maandag 20 september 1911 (kermismaandag) zegende pastoor Verbeek een nieuw schuttersvaandel in. De pastoor hield, aldus de toenmalige pers, een passende toespraak waarin hij alle schutters aanspoorde mee te werken aan een ledenwerfactie. Blijkens deze oproep van de kansel leed het gilde in die tijd aan bloedarmoede.

Het geborduurde vaandel, dat werd ingezegend, droeg de woorden “SCHUTTERIJ ST. LAMBERTUS 1881-1911” en de beeltenis van de patroonheilige, staande tussen gekruiste lauwertakken. Het was vervaardigd in het kunstatelier van de “Bonner Fahnenfabrik” en was het derde vaandel in successie. De gebruiksceremonie ten opzichte van de vaandels staat omschreven in het “Reglement”. Het beste vaandel ging voorop in de stoet, daarna volgde het tweede in ouderdom en het oudste vaandel moest de vlaggengalerij sluiten.

Op financiële vlak heeft de schutterij lange tijd haar eigen boontjes moeten doppen. Gemeentelijke subsidie werd pas verkregen na een tegenprestatie. Om ervoor in aanmerking te komen moest de schutterij in de jaren 1888-1915 jaarlijks een oefening houden met de brandspuit. Na oprichting van de fanfare in 1913, die in 1915 eveneens voor subsidie in aanmerking wenste te komen, werden de “werkzaamheden“ verdeeld door om het jaar te oefenen. Het ene jaar moest de schutterij; het jaar daarna de fanfare het gevoteerde bedrag van tien gulden per vereniging verdienen met het gangbaar houden van de brandspuit.  Deze situatie hield stand tot aan de samenvoeging van Broeksittard met Sittard in 1942.

Gedurende de wereldoorlog 1914-1918 mocht het vogelschieten om begrijpelijke reden niet plaatsvinden. De verdere activiteiten vervielen ten gevolge van het onder de wapenen roepen van de schuttersdienstplichtigen.  Op de Lambertuskermis van 1914 werd om het koningsschap geloot; koning werd Christiaan Schrooten [1871-1949]. Het jaar daarop is hij aangebleven. Tijdens de Lambertuskermis van 1916 werd wederom geloot; dat jaar werd Mathias Wilms [1859-1936] koning. Hij zou eveneens aanblijven in 1917. In 1917 keerden diverse leden uit militaire dienst terug, hetgeen een hernieuwde opbloei tot gevolg had. Men kreeg van burgemeester J. Schrijen zelfs toestemming een optocht te houden. Hij verbond er echter de voorwaarden aan dat minimaal twaalf man deelnamen en dat het korps voorzien moest zijn van een vogel, het vaandel en een trom. 1

In 1920 kreeg de schutterij nieuwe geweren. De oude Franse voorladers, voorzien van het jaartal 1867, hadden aan zuiverheid ingeboet. Ook was het werken met dit type wapens zeer omslachtig.

In 1921 schafte Sint Lambertus nieuwe uniformen aan, groen van kleur met gele biezen en platte petten naar Duits model. Met dit uniform is meermalen de prijs voor “mooiste uniformen” in de wacht gesleept. Het kasboek vermeldt op datum 1 augustus 1921, dat de veldwachter een uitbetaling kreeg van één gulden voor het uitbellen van de leden voor het aanmeten van nieuwe kostuums. In 1946 zijn deze uniformen verkocht aan de schutterij van Epen.

De internationale schuttersfeesten, die in Sittard gehouden werden in 1922, 1924 en 1926, zijn grotendeels met hulp van de schutters van Broeksittard georganiseerd. Zij waren - aldus onze zegsman de heer Jos Wilms, fotograaf te Sittard – de adviseurs en de rechterhand van schutterij De Lollige Aenjelökkesj van Sittard.

  Fotocollectie H.Maassen

Sjeng Leinders maakte in 1968 de zestigste vogel voor het jaarlijkse vogelschieten.

Tijdens het schuttersfeest in 1924 in Amstenrade demonstreerde Sint Lambertus voor het eerst bij het défilé de paradepas. Deze was afgekeken van de schutterijen uit het Selfkant gebied, waarmee steeds een goede verstandhouding en samenwerking heeft bestaan. De Broeksittardenaren hadden hiermee de primeur onder de Limburgse schutterijen.

Vroeger hadden ereleden en genodigden een eigen erevogel om op te schieten. Men wilde natuurlijk niet dat een leek met de hoogste eer ging strijken. Deze vogels werden gemaakt en geverfd door Lambert Dieteren en later door Sjeng Leinders. 2 Niet bekend is wanneer dit gebruik werd afgeschaft. Vermoedelijk is na de Tweede Wereldoorlog geen erevogel meer gemaakt.

In 1927 verstoorde een tragisch voorval de kermis. Op de derde kermisdag werden de toenmalige koning Jakob Wilms [1887-1970] en zijn koningin, zijn vrouw Maria Anna Kuijpers [1885-1965], in een open landauer door het dorp gereden. Plotseling werd er geroepen: er is brand. In een mum van tijd was het hele dorp in rep en roer; iedereen wilde helpen. De brandspuit werd gehaald. De koning had snel in de gaten dat de brand bij hem thuis was. Hij pakte de teugels over van de koetsier en snelde naar zijn huis. Daar aangekomen was er niets meer te redden en blussen hielp ook niet meer.  Het verhaal gaat dat de jongste telg van de familie bij deze brand om het leven kwam. Professor H. Schrijen heeft zijn herinnering aan dit voorval opgetekend in de Hanewijzer. 3 Hij vertelt erbij dat Jakob Wilms naast metselaar (aannemer) ook klompenmaker was en een boeiend verteller, waar de kinderen vol verbazing naar luisterden. Zijn werkplaats was het oude bakkes aan de Kruisstraat; dit is afgebroken op 3 januari 2001.

“Een feit dat mij scherp voor de geest staat, is de brand die uitbrak op de derde dag van St. Lambertus kermis. Ik was toen negen jaar oud. Staande achter het raam van het café in het ouderlijke huis – Kruisstraat 95 – wachtte ik de komst af van de schutterij die elk ogenblik op het kruispunt Dorpstraat-Kruisstraat kon voorbij komen. Plotseling zag ik een aantal mensen naar het huis van de fam. Wilms en Boere rennen; de stoet van de schutterij werd ontbonden; er was brand uitgebroken en iedereen ging helpen: tenminste de grote mensen;  wij, de kinderen moesten binnen blijven. Uitslaande vlammen en de vuurgloed van brandende daken staan in mijn geheugen geprent als herinnering aan een akelige dag, die bovendien, als ik mij niet vergis, één slachtoffer heeft gekost en wel een zoon van de familie Wilms.”

Op zondag 6 januari 1929 trad het nieuw opgerichte trommelkorps tijdens een feestavond voor het eerst op in het openbaar met veel succes.

In 1934 werd Math Corbeij burgemeester. Hij woonde in Sittard en wilde niet naar Broeksittard verhuizen. Op het gemeentehuis van Broeksittard kreeg hij van de schutterij zijn eerste uitnodiging om aanwezig te zijn bij het vogelschieten. De burgemeester schreef aan secretaris J. Schmeitz dat zeer ernstige beweegreden hem beletten om deze invitatie aan te nemen. De volgende jaren tot 1940 heeft hij steeds een van de wethouders als plaatsvervanger gestuurd. 4

De gemeente Broeksittard berichtte de schutterij in 1935 dat haar leden niet meer in Duitsland mochten verschijnen in uniform. Tot dan toe ging men nogal vaak al of niet in uniform de grens over, vooral bij het café in ’t baenke waar toentertijd de drank slechts 10% van de Nederlandse prijs kostte. Met de kermis gingen de schutters voortaan na afloop van het trekken in burger naar het café. 5

De koning van 1939 Tjeu Schrooten [1910-1992] is in 1940 aangebleven vanwege het binnenvallen van de Duitse troepen op 10 mei. Tijdens de Lambertuskermis van 1941 werd - zoals het ook in de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 gegaan was - geloot. Koning werd Wil Wilms [1897-1978]; de rest van de oorlogsjaren is hij aangebleven.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog 1940-1945 moesten alle activiteiten noodgedwongen worden beperkt. Het houden van vergaderingen of bijeenkomsten was verboden. Men vreesde zelfs voor algehele opheffing met verbeurdverklaring van alle goederen en gelden. Om dit laatste te voorkomen opende de schutterij op naam van de schuttemeester H. Winthagen een bankrekening, waarop de nog voorhanden zijnde gelden werden gestort.

De uit 1867 stammende en de in 1920 nieuw aangeschafte geweren, in totaal twee buksen en zestien geweren (de tien Franse voorladers en zes achterladers), en de acht sabels moesten op last van de Duitse bezetter in 1940 ten gemeentehuize worden ingeleverd samen met het vaandel uit 1911. Een buks werd achtergehouden; deze werd ingemetseld op de zolder bij de familie Schrooten–Hausmanns. 6

Het schutterszilver vond op aanwijzing van Frits Wilms en met goedvinden van Math Hausmanns een veilig onderkomen onder de dansvloer van het café van de familie Hausmanns. Slechts enkele leden van de schutterij werden hiervan in kennis gesteld om het gevaar van uitlekken van het geheim te beperken. Later werd het koningszilver bij de familie Schrooten–Hausmanns op zolder in de schoorsteen ingemetseld. 7

Door een noodlottige beleidsfout van de toenmalige instanties werd Broeksittard op 1 oktober 1942 als zelfstandige gemeente opgeheven en bestuurlijk bij Sittard gevoegd. Het gevaar dat hiermee ook een einde zou kunnen komen aan de in het dorp levende tradities, was niet geheel denkbeeldig. Gelukkig heeft de Broeksittardse bevolking dit gevaar onderkend en koesterde men de vele volkskundige tradities die de eeuwen door van geslacht op geslacht waren doorgegeven.

Als gevolg van de samenvoeging werden, zoals het heet, alle lusten en lasten van de gemeente Broeksittard door de gemeente Sittard overgenomen. Hiertoe behoorden alle archieven, evenals de op last van de Duitsers ingenomen geweren, sabels en vaandel van de schutterij. Alles werd naar het Sittardse stadhuis overgebracht. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog II werd het verbod van vereniging en vergadering opgeheven. Het oude schuttersbloed in Broeksittard kwam weer boven. De eerste gang was naar het stadhuis van Sittard om het in beslag genomen schuttersbezit weer op te eisen. Groot was de teleurstelling toen men te horen kreeg, dat niets meer aanwezig was en niemand hier iets vanaf wist.

De eerste koning na de oorlog werd Math Wilms in 1945 na een spannend vogelschieten. Gelukkig kon men nog beschikken over de achtergehouden en verstopte buks. Nadat de buks boven water was gekomen, begon op kermiszondag het schieten. Maar de buks begaf het. Voor kermismaandag werd een andere buks geregeld, maar ook deze weigerde op een gegeven moment. Toen schoot men verder met een Duitse karabijn. Van deze wapens lagen er nog veel opgeslagen in Broeksittard. Toen de vogel bijna los zat, was Math Wilms, die in miltaire dienst zat, aan de beurt om te schieten. Hij vroeg zich af: kan ik dat maken, het koningschap tezamen met mijn militaire tijd? Maar zijn vader zei: “ Eine Wilms leet de vogel neet sjtoan.” 8

Het eeuwenoude gebruik van de koninginnekeuze werd helaas in 1945 afgeschaft. Dit gebruik wordt in de Publications, het jaarboek voor Limburgs Geschied- en Oudheidskundig Genootschap, van 1936 beschreven. Tijdens het vogelschieten staan meisjes die graag koningin willen worden met een heimelijk verscholen roos tussen het publiek. Zodra het koningsschot gevallen is, stormen zij naar voren om de kersverse koning met de roos te “besjtaeke” en daarmee koningin te worden.  “De koning is echter niet verplicht het meisje dat het snelst naar voren drong, aan te nemen; een gehuwde kiest zich zijn vrouw tot koningin.” Ter vervanging van dit eeuwenoude gebruik  werd in 1945 met algemene stemmen het besluit genomen: “dat hij die den vogel afschiet en dus koning wordt, een roos krijgt opgestoken door den ouden koning. Bij gedwongen afwezigheid van de ouden koning of indien den ouden koning zelf den vogel vermocht af te schieten, wordt bedoelde roos door den voorzitter der vereniging opgestoken.”

In 1946 werden andermaal nieuwe uniformen aangeschaft. Sint Lambertus viel de eer te beurt een bondsfeest te organiseren. Voor het eerst in de geschiedenis van de Broeksittardse schutterij werd in datzelfde jaar een generaal gekozen, Hendrik Palmen. Deze functie komt vóór die tijd niet in de schuttersboeken voor.

Op 15 augustus 1948, het feest van Maria Hemelvaart, vierde de schutterij haar 860-jarig bestaan. Mgr. Cobben, missiebisschop uit Sittard, heeft die dag na de Hoogmis de gereedgekomen witte woningen in de Kerkstraat ingezegend. Vele autoriteiten, waaronder  Mgr. Cobben, Keizer Frans Joseph van Echt en burgemeester Coenders van Sittard, namen in de namiddag plaats op het erepodium om het defilé af te nemen van de vele binnen- en buitenlandse schutterijen die aan de feestelijkheden rond dit jubileum deelnamen. In zijn toespraak benadrukte burgemeester Coenders: “dat Broeksittard, ook al is het thans opgenomen in de stedelijke gemeenschap van Sittard, het plaatselijk eigene op allerlei gebied behouden moet en niet mag prijsgeven.”

In 1954 herdacht het trommelkorps het 25-jarig bestaan tijdens een druk bezocht receptie in zaal Heijnen op 8 augustus. In oktober 1967 is het trommelkorps omgevormd tot drumband.

Ondanks alle tradities ging Sint Lambertus ook met de moderne tijd mee. In 1955 werd de zogenaamde nieuwe exercitie ingevoerd, waarmee men vooral in het begin vele prijzen behaalde en veel waardering oogstte bij het publiek.

In oktober 1956 werd aan de Duitse beeldhouwer Preuss uit Stahe (D) opdracht gegeven tot het vervaardigen van een nieuw houten Sint Lambertusbeeld. De nieuwe creatie kon al op tweede Kerstdag van dat jaar aangeboden worden aan pastoor Packbier. Het beeld, dat de schutterij schonk aan de parochiekerk, kreeg zijn inzegening en plaats tijdens het lof op 11 augustus 1957. Het uit circa 1650 stammende oude Lambertusbeeld, met een replica van het oude kerkje van Broeksittard op zijn hand, verbrandde in de vijftiger jaren jammer genoeg.

Oud-pastoor Th. Mulder vierde zondag 6 april 1957 zijn gouden priesterfeest. Om deze oud parochieherder te eren toog de schutterij, vergezeld van vele inwoners van Broeksittard, naar Maastricht.

In 1963 werden aan de schutterij twee bielemannen toegevoegd. Bielemannen gaan de schutterij vooraf om eventuele hindernissen uit de weg te ruimen. Tengevolge van de verwerving in 1967 van nieuwe uniformen naar het model Regiment Limburgse Jagers, was het historisch gezien onmogelijk de bielemannen te handhaven. Zij verdwenen dan ook weer snel van het toneel. De uniformen uit 1946 werden toen verkocht aan de schutterij van Grubbenvorst.

Het vogelschieten in september 1970 bracht de schutterij van Broeksittard voor het eerst in haar lange bestaan een keizer. Het was Michel Smeets die voor de derde achtereenvolgende keer de vogel neerhaalde en daarmee de keizertitel voor zich opeiste.

Bij gelegenheid van het werkbezoek van koningin Juliana aan Sittard in april 1972 haalde onze schutterij de voorpagina van de dagbladpers. Daar ziet men op een foto de mannen van Sint Lambertus aangetreden staan bij de aankomst van Hare Majesteit. De koningin nam de tijd om een praatje te maken met onze keizerin, mevrouw M. Smeets-Lespoir.

Ruim een jaar later, in augustus 1973, marcheerde Sint Lambertus via de beeldbuis door vele huiskamers toen de openingsplechtigheden van de Sittardse promenade werden uitgezonden.

Op 29 april 1973 werd de schutterij een nieuw vaandel aangeboden door de familie Marx-Baggen. De plechtigheid vond plaats in café Schrijen-Zelissen aan het Broek.

Dienstdoende Sittardse agenten wilden tijdens de kermis in 1973 ’s morgens de reveille, een traditie die de drumband nog steeds in ere houdt, verhinderen. Zij sommeerden de drumband zijn activiteit te staken. Naderhand bood burgemeester H. Dassen zijn excuses aan voor de verstoring van deze traditie. 9    

In 1976 droeg de broederschap negen koningsplaten, tezamen met twee complete uniforms en drie statiekleden van koninginnen, in bruikleen over aan het nieuw op te richten schuttersmuseum in Hoensbroek. 10

De schutterij zette de feestelijke activiteiten van voetbalclub Almania bij gelegenheid van de opening van de nieuwe accommodatie op 27 mei 1977 luister bij.

Op 17 juli 1977 mocht Sint Lambertus voor het eerst in de geschiedenis van de schutterij het Zuid Limburgs Federatiefeest organiseren waaraan 52 schutterijen deelnamen.

In december 1977 gaf de broederschap aan het streekmuseum Den Tempel in Sittard drie koningsplaten in bruikleen. 11  Later werden eveneens het kistje voor het koningszilver en een drapeau met houten opbergkast in bruikleen afgestaan aan dit museum.

Er worden nog vier koningsplaten separaat van het koningszilver bewaard. 12

Een volgende mijlpaal van de schutterij waren de nieuwe uniformen. Deze kopieën van het uniform van het Nederlandse korps mariniers en instrumentarium toonde men aan de bevolking op zaterdag 20 mei 1978. Na de rondgang volgde een receptie. De volgende dag, zondag 21 mei, begeleidde onze schutterij in Munstergeleen de neomist Wil Geurts, die in de parochiekerk aldaar zijn eerste Heilige Mis opdroeg.

Op zondag 21 januari 1979 overleed adjudant Frits Wilms [1900-1979]. Hij was 61 jaar lid, waarvan veertig jaar vaandrig en twintig jaar penningmeester. In datzelfde jaar op 2 november vierde het trommelkorps, inmiddels drumband, zijn vijftigjarig bestaan met een rondgang door het dorp en een receptie. Een reüniecorps van oud-leden bracht een prachtige serenade. In 1981 werd de drumband kampioen van de Bond Eendracht. Het volgende jaar werden zij wederom kampioen. Dit succes werd in 1986 nogmaals herhaald.

Op kermiszondag in 1986 werd er voor het laatst Aan het Broek op de vogel geschoten. Koning werd toen Frans Laarmans. In 1987 moest men noodgedwongen het schietterrein verlaten. Op het nieuwe terrein, aan de kleine Kemperkoel, werd in 1988 voor het eerst op een nieuw model “platte” vogel geschoten. Koning werd toen Hub Verdonschot. Dat jaar werd in Broeksittard een schuttersfeest georganiseerd op twee terreinen, een feestterrein en een schietterrein. Deze scheiding was onvermijdelijk doordat de schutterij bij de bebouwde kom van Broeksittard geen schootsvelden meer had. Tijdens het schuttersfeest in 1999 werd zelfs uitgeweken naar Limbricht. Het feest werd toen gespreid over twee dagen.

In mei 1989 kwam de schutterij weer in het nieuw op straat. Ditmaal was de keuze gevallen op het gala-uniform van de Braziliaanse cadetten. Donderdag 12 oktober 1989 werd de Zeerwaarde Heer pastoor Weijnen naar zijn laatste rustplaats gebracht. De schutterij begeleidde hem hierbij.

  Fotocollectie H.Maassen

Twee tambours, de broers Willy en Sjeer Smeets.

Sinds 1990 is de drumband aangesloten bij de Limburgse bond van tamboercorpsen. Op het concours in Venray wisten onze tamboers hoog te scoren met een eerste prijs met promotie. In Reuver werden ze met 313,5 punt kampioen van Limburg en zo trokken ze op zaterdag 20 april 1991 naar het Nederlands kampioenschap dat gehouden werd in Noordwijkerhout. Daar werd de drumband Nederlands kampioen in de 3e divisie sectie A-B met 318,5 punten.

Vanaf 1990 hebben de schutters ook een aantal dames in hun gelederen als marketentsters.

In 1993 is de gemeente Sittard begonnen met het ontwikkelen van de nieuwbouw in het aan het oude dorp grenzende Nederlandkwartier van de Kemperkoel. Onze schutterij en het verplichte schootsveld moesten verhuizen. In of  om Broeksittard is geen ruimte meer voor

schootsvelden. In 1994 moest men zich behelpen met een tijdelijke kogelvanger. Koning werd toen Marcel Bours. In hetzelfde jaar kreeg de schutterij toestemming van de gemeente om Aan het Broek een oefenterrein met permanente kogelvanger aan te leggen.

De drumband behaalde in april 1995 weer een mijlpaal. Ze werden Nederlands kampioen in de 2e divisie sectie A-B met promotie (93 punten). In 1995 vierde koningin Beatrix koninginnedag in Sittard. Tijdens het afscheid van de koningin op de markt in Sittard was de schutterij duidelijk aanwezig en door rechtstreekse tv-uitzendingen waren onze schutters overal te zien.

Een jaar later, op koninginnedag 1996, werd de toenmalige voorzitter P. Palmen koninklijk onderscheiden vanwege de vele verdiensten voor de schutterij. Het jaar 1997 zette een nieuw tijdperk in; voor het eerst werd op de nieuwe kogelvanger geschoten. Koning werd M. Voots.

Het jaar erop werd het schietterrein Aan het Broek officieel geopend. Raadslid Jos Schrijen, oud-Broeksittardenaar, opende het clubgebouw, pastoor Wim Vergouwen zegende het in.

De Drumband werd in april 1998 Nederlands kampioen in de 1e divisie sectie A-B met lof met 91,92 punten. In 1998 had de schutterij ook haar 250-jarig bestaan willen vieren, maar de grote renovatiewerkzaamheden aan de straten van het dorp lieten een uitbundige viering niet toe. Daarom vierde men het 250-jarig bestaansfeest met een jaar vertraging samen met een bondsschuttersfeest.

Op 15 juli 2001 werd het Zuid Limburgs Federatiefeest georganiseerd door de dienstdoende schutterij van Maastricht. Zij konden voor het schietterrein geen vergunning verkrijgen. Voor het eerst konden de schutterijen niet schieten op dit toch zo mooie feest.

Het jaar 2002 begon triest voor de schutterij. In het eerste halfjaar moesten wij afscheid nemen van drie leden, te weten Andries Bex, Jan Palmen, en Sophie Smeets-Philippen.

Januari 2003 was een opsteker. Ere-voorzitter P. Palmen werd benoemd tot Officier in de orde van de Rode Leeuw van Limburg.

In 2004 volgde weer een groot verlies voor de schutterij. In februari overleed keizer Michel Smeets. Hij was keizer sinds 1970; Michel werd 73 jaar. Dat jaar begeleidden de schutters wederom drie leden naar hun laatste rustplaats, Michel Smeets, zijn zoon Ron en Joep Zelissen

Op 19 september 2004 zegende pastoor Wim Vergouwen het nieuwste vaandel in. Het is ontworpen en vormgegeven door Paul-Jean Jessen uit Sittard.

Van 3 tot 5 juni 2005 organiseerde de schutterij weer een bondsschuttersfeest.

Tijdens de Lambertuskermis 2005 werd het huis van de familie Palmen-Meerts, Kerkstraat 73, voor de tiende keer het koningshuis.13 De kleindochter van de familie was de koningin.

Moge het tot slot de vereniging gegeven zijn tot in lengte van jaren in traditie te groeien en bloeien tot heil van haarzelf en van geheel Broeksittard. 14

Noten  

1.       Enige gedenkwaardigheden uit de historie van de Schutterij Sint Lambertus te Broeksittard, H. Maassen en P. Palmen, in: Feestgids Federatiefeest 1977.

2.       Verteld door F. Wilms en S. Leinders en vermeld in het Schuttersboek o.a. in 1920.

3.       Auwt Broukzittert, H. Schrijen in De Hanewijzer, nr. 3, maart 1973.

4.       Stadsarchief Sittard-Geleen, Archief Gemeente Broeksittard.

5.       Stadsarchief Sittard-Geleen, Archief Gemeente Broeksittard.

6.       Eigen onderzoek en verteld door Ton Schrooten.

7.       Eigen onderzoek en verteld door Ton Schrooten, bevestigd door P. Palmen.

8.       Verteld door M. Wilms in juni 2004 aan H. Maassen.

9.       Brief van burgemeester Dassen aan toenmalige voorzitter F.  Bronneberg, 18 september 1973.

10.   Deze negen koningsplaten waren die van: Leonardus Janssen 1763; Theodorus Paulissen 1765; Reiner Smeets 1767; Dionisius Schrien (Schrijen) 1779; A.E. 1786; Arnoldus Cösters 1788; Johan Ellen 1793; Mattis Heijnen 1816; en Hendrik Wilms 1960.

11.   Dit waren de koningsplaten van: H.H. 1774; J. Hermans 1782; en J Schmetz 1783.

12.   Dit waren de koningsplaten van: Frederick Kamps 1751; Engelbertus Emons 1752; Mattis Heijnen 1803; en H. Heijnen 1087(1887).

13.   Kerkstraat 73 was koningshuis in 1972,1973,1974,1975,1977,1980, 1981,1995,1997 en 2005.

14.   Gaarne bedanken wij een ieder die ons op enigerlei wijze behulpzaam was bij of die feitelijkheden aandroeg voor dit overzicht van historische gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van onze schutterij.

 

De broederschap van sint Lambertus bezit een zeer oude en roemrijke historie. Wanneer we mogen afgaan op de oudst aanwezige zilveren koningsplaat, dan zou deze schutterij reeds in 1087 hebben bestaan. 

De koningsplaat uit 1087 draagt als opschrift: ,,H. HEYNEN CAPITAIN-KÖNIG”.

Voorts is er een fles met een kraantje op gegraveerd, hetgeen een aanwijzing kan zijn voor het beroep van de toenmalige koning. H.Heynen zou derhalve herbergier of wijntapper kunnen zijn geweest. Bewijsstukken, die enige zekerheid hieromtrent kunnen geven, zijn helaas niet meer voorhanden. Een overlevering in Broeksittard wil, dat bij een brand vele bezittingen en papieren van St. Lambertus verloren zijn gegaan.  Hoe het ook zij, deze oude plaat heeft de schutterij meermalen bij een schuttersfeest een prijs voor de ,,oude plaat” of de ,,oudste deelnemende vereniging” opgeleverd. Zulks geschiedde respectievelijk in 1922 en 1924 te Sittard en in 1924 te Born, Beek en Lutterade.  

De in hierna in ouderdom volgende koningsplaat dateert uit 1748. Deze geeft als tekst, dat ,,GERARD WILMS eerste konink in de broederschap van Sint Lambertus tot Broeksittard” is. De zilveren koningsvogel is eveneens uit 1748. Bij een vluchtige beschouwing zou men geneigd zijn uit dit gegeven alsmede uit de toevoeging ,,eerste konink” op de koningsplaat te concluderen, dat dit het oprichtingsjaar van de schutterij zou zijn geweest. Hiermee komen we echter in conflict met het gestelde op de koningsplaat van 1087. Voorts liggen er een aantal historische feitelijkheden, die bewijzen aandragen, dat de schutterij ouder moet zijn dan uit 1748. We houden dit jaar dan ook voor een heroprichting.

Zo is er op de eerste plaats het gegeven van de  ,,Sjlaag in de Kemperkoel”. We kunnen ons maar moeilijk voorstellen, dat in deze woelige periode de Broeksittardenaren maar lijdelijk hebben toegezien hoe hun dorp op Paaszaterdag 24 maart 1543 door de vijandelijke troepen werd platgebrand. Bij deze bloedige strijd, die op Broeksittards gebied werd uitgevochten, vielen zeker 3.000 doden te betreuren, die daags daarna, op Paaszondag, onder dwang door de inwoners op hun akkers moesten worden begraven.  

Daarnaast bezat de parochiekerk tot voor kort een St. Lambertusbeeld, de schutspatroon van het gilde, dat door proffesor. J.J.M. Timmers uit Maastricht, aan de hand van de hoogte van de mijter, gedateerd werd als stammend van voor 1675. De voorgestelde heilige droeg op zijn linkerhand een kerkje, waarin een verkleinde uitgave van de oude Broeksittardse parochiekerk van vóór de verbouwing van 1647 werd gezien. Deze monumentale kerk van uitzonderlijke historische en bouwkundige waarde, die zonder enige twijfel meer dan 100 jaar oud was, werd helaas in 1934 gesloopt. Ze was een unicum in Nederland vanwege haar metselwerk in opus spicatum, ofwel bestaande uit minder regelmatige stenen die volgens een visgraat- of korenaarpatroon gelegd zijn.  

Voorts werden in 1609 de dorpen, die behoorden tot het ,,gerecht” Sittard verzocht enige ,,schutten” binnen de stadsmuren van Sittard te leggen. Tot het ,,gerecht” Sittard werden in die tijd gerekend Broeksittard, Wehr, Süsterseel, Hillensberg, Tudderen en Munstergeleen. Met deze  ,,schutten” zijn ons inziens geen gewone burgers bedoeld. Afgaande op de ouderdom van de schutterijen in de genoemde plaatsen, worden hier wel degelijk afvaardigingen van schutterijen gevraagd, die een bewakingsopdracht binnen de Sittardse wallen kregen toebedeeld.

 

De heroprichting van de schutterij in 1748 zou ons inziens wel eens een uitvloeisel kunnen zijn van die omstandigheden. We bevinden ons dan nl. in de tijd waarin onze streken door sociale onrust onder de bevolking wordt geteisterd, en wel in de periode, die in de geschiedenis bekend is als het optreden van de Bokkerijdersbenden. Ook Broeksittard heeft met deze lieden te maken gehad. Het is daarom begrijpelijk dat de inwoners onderling bescherming zochten op een punt waar de overheid dit klaarblijkelijk niet kon of wilde geven. Zo zou de heroprichting in 1748 dan uit particulier initiatief zijn geboren. Vanaf deze tijd worden de tastbare bewijzen en de bronnen die betrekking hebben op de schutterij talrijker. In een korte kaleidoscoop laten we aan de hand van bewaard gebleven Koningsplaten en papieren enige markante feiten de revue passeren. Zo werd in 1750 de toenmalige pastoor Joannes Reinerus Kuypers bij het vogelschieten koning. Tot voor kort waren zowel de pastoor als ook de burgemeester betalend lid van de schutterij. Tot 1821 vormen de aanwezige koningsplaten een vrijwel gesloten geheel, met een onderbreking in de periode 1793-1803. De oorzaak hiervan is te zoeken in een decreet van 7 mei 1795, waarbij de Franse bezetting het schutterij houden verbood.

In 1865 wordt voor eerst melding gemaakt van een nieuwigheid in het Broeksittardse schutterswezen. In dat jaar werd de nieuwbenoemde pastoor Lumens ,,met muziek” afgehaald in de Paardestraat te Sittard bij gelegenheid van zijn installatie. Mogelijk worden hier met ,,muziek” de hoornblazers bedoeld, die rond deze tijd naar analogie van het gebruik in het leger, aan de schutterijen worden toegevoegd.

Tijdens het vogelschieten in 1870 ontstond een incident. In het weekblad ,,Mercurius” wordt onder het  het hoofd  ,,Broeksittard” dienaangaande het volgende vermeld: ,,Bij het op maandag 6 juni 1870 plaats hebbende vogelschieten ontstond er tussen een met degen gewapende officier der schutterij en een jongeling van Sittard twist. Bij woorden bleef het niet. De Broeksittardse officier die het militaire bloed in de aderen begon te koken, trok om een einde te maken aan de ruzie zijn degen en wist die zo goed te hanteren dat deze in een der billen van de Sittardse twistzoeker terecht kwam. Deze en meer andere Sittardenaren die de schutterij van Broeksittard gechicaneerd hadden waren nu blij een looppasje te nemen naar huis”. In dit jaar wist Jacob van den Bergh de koningseer te behalen. Hij wist toen nog niet, dat hij deze waardigheid gedurende 17 jaar zou dragen.

Frits Wilms

Of het genoemde voorval aanleiding is geweest tot tweedracht in de schutterij blijft een onbeantwoorde vraag. Zeker  is, dat gedurende 17 jaar geen enkele aktiviteit werd ontplooid. Het schutterszilver is zelfs ingeleverd geweest op het Broeksittardse gemeentehuis, Waar het tot maandag 18 september 1887 verbleef. Op die dag werd nl. weer vogel geschoten, hetgeen inhoudt, dat de schutterij weer tot nieuw leven kwam. Als meest opvallend feit constateren we, dat de dag van het vogelschieten verplaatst is van maandag van de bronkkermis (juni) naar de maandag van de St. Lambertuskermis (september). Aan het Broek verschijnt een nieuwe houten vogelstang, die in 1918 vervangen wordt door een ijzeren. Op deze plek wordt heden ten dage nog jaarlijks om de koningseer gestreden.  

Ook tijdens het werkbezoek van de Gouverneur van de provincie Limburg op maandag 10 oktober 1896 gaf de schutterij acte de présence. In een desbetreffend persbericht lezen we, dat: ,,aan het Heiligenhuisje de dienstdoende schutterij stond opgesteld om Zijne Excellentie te verwelkomen”.  Met een grote fakkeloptocht op 16 oktober werd de dag herdacht, dat burgemeester J. Schrijen 36 jaar geleden tot burgemeester van Broeksittard was benoemd. Maandag 20 september 1911 (kermismaandag) zegende pastoor Verbeek een nieuw schuttersvaandel in. De pastoor hield, aldus de toenmalige pers, een passende toespraak waarin hij tevens alle schutters aanspoorde mee te werken aan een ledenwerfaktie. Het gilde leed, blijkens deze oproep van de kansel, in die tijd aan bloedarmoede. Dit geborduurde vaandel droeg tussen de woorden ,,SCHUTTERIJ ST. LAMBERTUS 1888-1911” de beeltenis van de patroonheilige staande tussen gekruiste lauwertakken. Het werd vervaardigd in het kunstatelier van de ,,Bonner Fahnenfabriek”. Dit was het derde vaandel in successie. De gebruiksceremonie ten opzichte van deze vaandels staat omschreven in het ,,Reglement”. Het beste vaandel ging in de stoet voorop, daarna het tweede in ouderdom, terwijl het oudste de vlaggengalerij moest sluiten.

Gedurende de Wereldoorlog 1914-1918, toen het vogelschieten om begrijpelijke reden niet mocht plaatsvinden en de verdere aktiviteiten ten gevolge van het onder de wapenen roepen van de schutters-dienstplichtigen, werd voor het koningsschap geloot. In 1917 keerden diverse leden uit militaire dienst terug, hetgeen een hernieuwde opbloei tot gevolg had. Men kreeg van burgemeester J. Schrijen zelfs toestemming een optocht te houden, waaraan hij echter de voorwaarden verbond, dat hieraan minimaal 12 man deelnamen, dat het korps voorzien moest zijn van een vogel, het vaandel en een trom. Deze gegevens verschafte ons de heer Frits Wilms, adjudant van de schutterij en inmiddels 60 jaar trouw lid. 

In 1920 kreeg de schutterij nieuwe geweren. De oude Franse voorladers , voorzien van het jaartal 1867, hadden inmiddels aan zuiverheid ingeboet. Overigens was het te omslachtig geworden nog verder met dit type wapen te werken. De uit 1867 stammende en de 1920 nieuw aangeschafte geweren, in totaal 2 buksen, 16 geweren, te weten 10 Franse voorladers en 6 achterladers, alsmede de 8 in gebruik zijnde sabels, moesten op last van de Duitse bezetter in 1940 ten gemeentehuize worden ingeleverd.  

Door een noodlottige beleidsfout van de toenmalige verantwoordelijke instanties werd Broeksittard op 1 oktober 1942 als afzonderlijke eenheid opgeheven en bestuurlijk bij Sittard gevoegd. Met deze voor het voortbestaan van Broeksittard als zelfstandige gemeente zo falende datum, waarmee in feite de historie van het dorp werd afgesloten, alsmede de te verwachten pogingen tot samenstelling van de Sittardse gemeenschap, was het niet ondenkbaar, dat eveneens aan de in het dorp levende tradities langzamerhand een einde zou kunnen komen. Gelukkig heeft de in Broeksittard wortel geschoten bevolking dit gevaar onderkend en is tot op heden toe trouw gebleven aan hun geboortegrond en de vele volkskundige tradities, die de eeuwen door, van geslacht op geslacht, werden overgegeven.

Als gevolg van de samenvoeging werden zoals dat heet ,,alle lusten en lasten” door de gemeente Sittard overgenomen. Hiertoe behoorden ook alle archieven alsmede door de Duitsers ingenomen geweren en sabels van de schutterij. Alles werd naar het Sittardse stadshuis overgebracht. Na het einde van Wereldoorlog II, toen het verbod van vereniging en vergadering was opgeheven, kwam het oude schuttersbloed in Broeksittard weer boven. Hun eerste gang was dan ook naar het stadhuis van Sittard om hun in beslag genomen schuttersbezit weer op te eisen. Groot was de teleurstelling toen men hier te horen kreeg, dat: ,,niets meer aanwezig was en niemand hier iets van af wist”.  

Tijdens het schuttersfeest in 1924 te Amstenrade demonstreerde St. Lambertus voor het eerst bij het défilé de paradepas, zulks naar het voorbeeld van de schutterijen uit het Selfkantgebied, waarmee steeds een goede verstandhouding en samenwerking heeft bestaan. De Broeksittardenaren beschikten hiermee over een primeur onder de Limburgse schutterijen.   In 1921 kreeg St. Lambertus nieuwe uniformen, groen van kleur met gele biezen en platte petten naar Duits model. Hiermee werd meerdere malen de prijs voor mooiste ,,uniformen” in de wacht gesleept. Het kasboek uit die dagen vermeldt dienaangaande op de datum 1 augustus 1921, dat: ,, de veldwachter een uitbetaling kreeg van één gulden voor het uitbellen van de leden voor het aanmeten van nieuwe kostuums". Deze uniformen zijn in 1946 verkocht aan de schutterij van Epen.   Vermeldenswaard is eveneens het feit, dat de internationale schuttersfeesten, die in Sittard gehouden werden in 1922, 1924 en 1926 grotendeels met hulp van de schutters van Broeksittard werden georganiseerd. Zij waren - aldus onze zegsman de heer Jos Wilms, fotograaf te Sittard - de adviseurs en de rechterhand van de schutterij ,,De lollige Aenjellokkesj” van Sittard.   Op zondag 6 januari 1929 trad voor het eerst het nieuw opgerichte trommelkorps tijdens een feestavond in het openbaar met veel succes op. Dit gegeven houdt in, dat de huidige drumband in 1979 zijn 50-jarig bestaan kan herdenken. Gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) moesten alle aktiviteiten noodgedwongen worden beperkt. Zoals we reeds zagen, waren de in gebruik  zijnde wapens ingeleverd en was het houden van vergaderingen of bijeenkomsten verboden. Men vrees zelfs voor een algehele opheffing met verbeurdverklaring van alle verder goederen en gelden. Om dit laatste te voorkomen, opende de schutterij op naam van de ,,schuttemeester” H. Winthagen een bankrekening, waarop de nog voorhanden gelden werden gestort. Het schutterszilver vond op aanwijzing van Frits Wilms en met goedvinden van Math Hausmanns een veilig onderkomen onder de dansvloer van het café van de familie Hausmanns. Slechts enkele leden van de schutterij werden hiervan in kennis gesteld om op deze manier de mogelijkheid tot uitlekken van het geheim te beperken.

In het financiële vlak heeft de schutterij lang haar eigen boontjes moeten doppen. Gemeentelijke subsidie werd pas verkregen na een tegenprestatie. Om hiervoor in aanmerking te komen, moest de schutterij vanaf 1888-1915 jaarlijks een oefening houden met de Brandspuit. Na oprichting van de fanfare in 1913, die eveneens voor subsidie in aanmerking wenste te komen, werden de ,,werkzaamheden” verdeeld door om het jaar te oefenen. Het ene jaar moest aldus de schutterij, het jaar daarna de fanfare het gevoteerde bedrag van ƒ10,–  (€ 4,47) ( per vereniging ,,verdienen” in het gangbaar houden van de brandspuit. Deze situatie hield stand tot aan de samenvoeging van Broeksittard met Sittard in 1942.

De oude brandspuit, die dateert uit 1850 en die in 1875 in Maastricht werd gekocht voor ƒ 153,– (€ 69,11) ,,verhuisde” in 1942 eveneens naar Sittard alwaar ze in de brandweerkazerne werd ondergebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam het schutterswezen, zoals we reeds zagen, weer tot bloei. In 1946 werden andermaal nieuwe uniformen aangeschaft en viel St. Lambertus de eer te beurt een bondsfeest te organiseren. Voor het eerst in de geschiedenis van de Broeksittardse schutterij werd in datzelfde jaar Hendrik Palmen tot generaal gekozen. Deze funktie kwam vόόr die tijd niet in de schuttersboeken voor. Het eeuwenoude gebruik van de ,,koninginnekeuze” werd helaas in 1945 afgeschaft.  

Over de koninginnekeuze wordt in de Publications, het jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, van 1936 de volgende mededeling gedaan: ,,De koninginnekeuze levert in Broeksittard een dergelijk schouwspel op als te Gronsveld. Maar ook in Broeksittard is de koning niet verplicht het meisje, dat het snelst naar voren dringt om de koning een bloem op te steken, aan te nemen als koningin. De gehuwde koning kiest zich zijne vrouw tot koningin”. Ter vervanging van dit eeuwenoude gebruik werd in 1945 met algemene stemmen het besluit genomen: ,,dat hij die den vogel afschiet en dus koning wordt, een roos krijgt opgestoken door den ouden koning. Bij gedwongen afwezigheid van den ouden koning of indien den ouden koning zelf den vogel vermocht af te schieten, wordt bedoelde roos door den voorzitter der vereniging opgestoken”.

Op 15 augustus 1948 het feest van Maria Hemelvaart, vierde de schutterij haar 860-jarig bestaan. Mgr. Cobben, missiebisschop uit Sittard, had die dag na de hoogmis de gereedgekomen witte woningen in de Kerkstraat ingezegend. Vele autoriteiten waaronder Mgr. Cobben, Keizer Frans Joseph van Echt en burgemeester Coenders van Sittard, namen in de namiddag plaats op het erepodium om het defilé af te nemen van de vele binnen- en buitenlandse schutterijen, die aan de feestelijkheden rond dit jubileum deelnamen. In zijn toespraak haalde burgemeester Coenders o.a. aan: ,, dat Broeksittard, ook al is het thans opgenomen in de stedelijke gemeenschap van Sittard, het plaatselijk eigene op allerlei moet behouden en niet prijsgeven”.   In 1954 herdacht het trommelkorps het 25-jarig bestaan tijdens een druk bezochte receptie in zaal Heynen op 8 augustus. De omvorming tot drumband geschiedde in oktober 1967.   Ondanks alle tradities ging St. Lambertus toch met de moderne tijd mee. Zo werd in 1955 de z.g. ,,nieuwe exercitie” ingevoerd waarmee men, vooral in het begin, vele prijzen behaalde. Deze moderne exercitie oogstte veel waardering bij het publiek.  

Ook werd in oktober 1956 opdracht gegeven aan de Duitse beeldhouwer Preuss tot het vervaardigen van een nieuw St. Lambertusbeeld in hout. De nieuwe creatie kon tijdens een feestavond op Tweede Kerstdag van dat jaar reeds aangeboden worden aan pastoor Packbier. Het beeld, dat door de schutterij hiermee geschonken werd aan de parochiekerk, kreeg zijn inzegening en plaats tijdens het lof op 11 augustus 1957. Oud-pastoor Th. Mulder herdacht zondag 6 april 1957 zijn gouden priesterfeest. Om deze oud-parochieherder te eren toog de schutterij, vergezeld van zeer vele inwoners van Broeksittard, naar Maastricht.  

Bielemannen

In 1963 werden aan de schutterij twee ,,bielemannen” toegevoegd. Deze gaan de schutterij vooraf om eventuele hindernissen uit de weg te ruimen. Tengevolge van de verwerving in 1967 van nieuwe uniformen naar het model ,,Regiment Limburgse Jagers”, was het historisch gezien onmogelijk de ,,bielemannen” te handhaven. Zij verdwenen dan ook weer van het toneel.  

Keizerspaar Smeets-Lespoir

Het vogelschieten in september 1970 bracht de schutterij van Broeksittard voor het eerst in haar lange bestaan een keizer. Het was Michel Smeets die voor de derde achtereenvolgende keer de vogel neerhaalde en daarmee de keizerseer voor zich opeiste.  

Bij gelegenheid van het werkbezoek van Koningin Juliana aan Sittard in april 1972 ,,haalde”onze schutterij de voorpagina van de dagbladpers. Op een foto ziet men de mannen van St. Lambertus aangetreden staan bij de aankomst  van Hare Majesteit. Later maakte zij een praatje met onze keizerin, mevrouw M. Smeets-Lespoir.  

De deelname van de Broeksittardse schutterij aan de openingsplechtigheden van de Sittardse promenade in augustus 1973 was er  de oorzaak van, dat St. Lambertus via de beeldbuis door vele huiskamers marcheerde.

Gaarne zouden wij tot slot een ieder willen danken die ons op enigerlei wijze behulpzaam was bij of die feitelijkheden aandroeg voor deze historische ,,gedenkwaardigheden” uit de geschiedenis van onze schutterij. Met name zouden wij willen noemen Frans Bronnenberg kapitein-voorzitter, Nico van Montfort schuttemeester-secretaris, Frits Wilms adjudant, Theodoor Maessen tweede luitenant, en Jozef Winthagen commandant, alsmede de heren N. Eussen archivaris en J. Kreukels van de oud-archiefdienst van Sittard, alwaar de archieven van de gemeente Broeksittard worden bewaard.

Moge het onze schutterij gegeven zijn tot in lengte van jaren in traditie te groeien en bloeien tot heil van haarzelf en van geheel Broeksittard.       

Bron: P. Palmen en H. Maasen, Broeksittard, juli 1977